14. Tijd om dag te zeggen

Voor het eind van de maand wonen we ergens anders. Ik bedacht een experiment om deze laatste anderhalve week in Kampen elke dag een verhaal te delen. Iets over afscheid en herinneringen en toekomstdromen. En gewoon om dit moment te markeren. Op m’n achttiende kwam ik hier, volgens mij vol idealen, ik weet het niet meer zo goed. En nu, dertien jaar later, vertrek ik hier vandaan, weer vol idealen, maar wel andere.

Ik vroeg me af waar ik de tijd vandaan kon halen en dacht ‘ik kan de dochter gewoon elke dag even voor de teletubbies zetten’ maar verwierp dat vanwege de verwerpelijkheid van dat programma. Tot ze vanmorgen na het ontbijt al gebarend liet weten dat ze haar lievelingsprogramma wilde kijken. Dus nu zit ik hier te schrijven en vind het knap als ik me weet te concentreren een zin te formuleren tussen alle ‘ooooh tubbietoast’ en ‘ooooh nog een keer nog een keer’ door.

Nog een keer? Ik zou nooit van mijn leven weer in Kampen Theologie gaan studeren. Ik zou precies lang genoeg meedoen aan de ontgroening bij de studentenvereniging zodat ik verkering kon krijgen met m’n toekomstige man (minder dan een week dus) en me daarna gauw uitschrijven en iets leuks gaan doen. Aan de universiteit aan de Broederweg kwam ik niet echt tot bloei.

Misschien had ik dat al aan moeten zien komen op de eerste dag. Ik liep als kersverse student het gebouw in en zag in de hal, achter de kapstokken, twee deuren. Op de linker stond ‘Heren’, op de rechter stond ‘Dames’. Achter die rechterdeur vond ik een gehandicaptentoilet. Ik zag nog een deur in de hal, maar dat bleek de bezemkast. En de paar dames die hier toch echt studeerden? Ja. Die gingen naar het gehandicaptentoilet.

Ik bleef. Koos Uitstelgedrag als m’n hoofdvak, maakte vrienden voor even en vrienden voor het leven, hield m’n kritische vragen voor me uit angst buiten de boot te vallen en al soggend (weet je nog, dat woord voor ‘studie ontwijkend gedrag’?) ontdekte ik dat er theateropleidingen waren. Het kwam goed, ik vond m’n weg. En het heeft ook nog een leuke voorstelling opgeleverd.

De teletubbies zijn klaar, de dochter probeert m’n laptop weer eens af te pakken. Ik sluit af met een citaat van die onverklaarbare onderzeeĆ«r in Teletubbieland: tijd om dag te zeggen.