5. Gefeliciteerd

Ik sta op de parkeerplaats naast de apotheek in de zon te wachten.
Het is twee dagen geleden dat we op de echo een kindje zagen dat al een week niet gegroeid was en dat ook nooit meer zou doen.
Ik wacht op m’n man, die wat spul inslaat dat we pas over een half jaar nodig hoopten te hebben. Kraamverbanden, absorberende matjes… Sowieso al geen spul waar je blij van wordt. Ik had geen zin om het te halen, dus dat deed de man.
Hij komt weer naar buiten, z’n handen vol.
Ik doe de klep van de auto open, hij laadt in.
“Ik vroeg aan de balie om een pak kraamverbanden,” vertelt hij. “Steekt een van de medewerkers daar heel vrolijk haar hoofd boven haar computer uit, en roept: gefeliciteerd!”
Ik bijt op m’n lip. (Het doet me denken aan bruiloft zeggen als je begrafenis bedoelt.)
“Ja, toen zei ik dus maar: eh nou, het is niet helemaal goed gegaan.”
Ik bijt nog harder op m’n lip. (Of in plaats van gecondoleerd gefeliciteerd.)
“Zij gauw ‘oh sorry’, en verstopt zich zo goed mogelijk achter haar computer.”
M’n lip ontsnapt aan m’n tanden, voor het eerst in twee dagen begin ik te lachen.
M’n man doet net zo hard mee.
Voor het eerst in twee dagen zijn we weer samen aan het lachen.
Arme vrouw, het zal je maar gebeuren.
We stappen in.
“En zij voelt zich nu heel schuldig, terwijl wij er juist om moeten lachen,” zeg ik terwijl we vrolijk naar huis rijden.
“Ja,” zegt de man. “Maar als ze niet zo door de grond had willen zakken was het ook niet grappig geweest.”