6. Rechts

Sinds drie jaar zijn we kleingrondbezitters. We zijn eigenaar van één vierkante meter stuk aarde. Die bevindt zich in de liefdevolste, gezelligste, droevigste hoek van de plaatselijke begraafplaats. Of van de wereld.
Het kinderveld.
Op elke steen die je daar vindt staan twee data, die te dicht bij elkaar liggen.
Overal staan windmolentjes te draaien,
er liggen knuffelbeesten,
een vrachtwagentje.
Wat dinosauriërs waar nooit meer mee gespeeld wordt.

Drie jaar geleden lieten we onze eerste hier achter. In een mandje van, jawel, prematuurkistje.nl.
M’n man was met een laddertje in het grafje afgedaald en had het mandje er aan de rechterkant in gelegd.
Er waren twee scheppen en er lag een hele hoop aarde, we gingen aan het werk. De meneer wiens werk het eigenlijk was om de graven te delven keek van een afstandje toe. Toen we halverwege waren gaf hij nog een tip hoe het gemakkelijker kon.
(Je gaat zo staan dat de hoop aarde tussen jou en het graf in ligt en schept de aarde voor je uit, over de hoop, het graf in. Grafdelven les 1.)

En toen waren we klaar.
“Dit heb ik nog nooit meegemaakt,” zei de meneer, toen ik hem m’n schep gaf.
“Dit is het enige wat je nog kan doen hè,” zei ik.
“Dit is het enige wat je nog kan doen,” beaamde hij.
Hij liet ons alleen.

We zeiden wat.
We zongen wat.
En wisten nog niet dat dit de plek zou worden waar, elke keer dat we er kwamen, alles op z’n plaats zou vallen. Daar zouden we begrijpen waardoor we niets meer begrepen.

We verlieten de begraafplaats en vormden met ons tweeën de kleinst mogelijke rouwstoet. Onzichtbaar droegen we ons dode kindje mee, de rest van ons leven in.

Maar waarom lag dat mandje zo aan de rechterkant?
Ik vond dat onhandig.
Of eigenlijk gewoon irritant.
Nou moest ik altijd een beetje naar rechts kijken als ik ervoor stond.
En toen een vriendin eens mee durfde naar de begraafplaats en naar het midden van het grafje zwaaide dacht ik: jamaarnee, daar ligt ie dus niet.

Het is nog geen jaar geleden dat ik naast m’n man op de bank zat en hem plotseling de vraag stelde.
“Waarom legde je Jip eigenlijk helemaal rechts in het grafje?” Terwijl ik het vroeg besefte ik dat ik het antwoord al die tijd geweten had.
M’n man keek me aan met een voorzichtig lachje.
“Dan kan er nog eentje naast,” verklaarde hij.
Tijdens het begraven van je eerste kindje al ruimte maken voor de volgende. Ik moest lachen om de absurditeit. Zo zorgzaam en macaber tegelijk.

Ik had het al die tijd vooral irritant gevonden omdat ik geen rekening wilde houden met de mogelijkheid.
M’n man wel, gelukkig.
Want hij kreeg gelijk.

We zijn een paar maanden verder en we zitten weer op de bank, laptop op schoot.
M’n man surft naar prematuurkistje.nl.
We kiezen hetzelfde mandje, er is precies nog één op voorraad.
Hij vult het bestelformulier in.
Onderaan staat de vraag: gegevens onthouden voor de volgende keer?